Bill brookers Jug band - Crazy words, crazy tunes
Negram  (1976)

In Verzameling
#57

7*
LP    12 tracks 
   01   Masculine woman, feminine man            
   02   Sahara            
   03   Sugar            
   04   Sitting, singing in the meadow            
   05   Varsity drag            
   06   You'r driving me crazy            
   07   Mad about the girl            
   08   Big city sensation            
   09   China girl            
   10   Black and tan fantasy            
   11   That's my weakness now            
   12   Crazy words, crazy tune            
Persoonlijke Gegevens
Koppelingen Martin Lodewijck
website
Details
Verpakking Jewel Case
SPARS DDD
Geluid Stereo
Muzikanten
Piano, vokaal Henk Houtgraaf
Banjo, gitaar Joost ferwerda
Jug, neus, vokaal Stef Schoonen
Slide whistle, ukelele, kazoo, vokaal Leonard Beuger
Gitaar, fluit, kazoo, vokaal Frans Schoonen
Medewerkers
Producent Roy Beltman
Opmerkingen
Hoes getekend door Martin Lodewijk

In de jaren ’60 was er een internationale opleving van deJugmuziek: Jim Kweskin in Boston en Cambridge, The Even Dozen Jugband in New York. In Rotterdam had je de Endatteme Jugband, en natuurlijk Bill Brookers’ Jugband. Dick Tenwolde, Stef Schoonen, al gauw ook zijn broer Frans, en Jan Kloeg wilden eigenlijk een beat-band beginnen. Ze hadden al een naam: The Primitives. En een versterker, ook nogal primitief. Maar ze vielen voor de sfeervolle luchthartigheid van de jugmuziek. Die paste met zijn eenvoud en zelfspot ook wel erg goed in de sixties. In de zomer van ’67 speelde Bill Brookers’ aan een meer in Joegoslavië, in die van ’68 op de terrassen van Zuid-Frankrijk. Leo van Vugt versterkte de band al in die vroege jaren, en Félo Hettich. De bezetting wisselde af en toe wat - zo was ook Rens van der Zalm een gevierd lid van de band - maar een belangrijke muzikale kern werd door de jaren heen gevormd door Henk Houtgraaf (piano) en Joost Ferwerda (banjo).

De eerste Jugbands waren rond 1900 ontstaan in Louisville, Kentucky. Hun muziek was een onbekommerde mengeling van blues en country, ragtime en populaire dansmuziek. Jugbands kozen van begin af aan voor een levendig en vrolijk repertoire, al was het vooral uit armoede dat het genre ontstond. Er kon geld verdiend worden door op straat en in de kroegen muziek te maken, maar instrumenten hadden de muzikanten nauwelijks. Een banjo en een gitaar waren er misschien, en een fiddle of een mondharmonica voor de melodie, maar verder werden de instrumenten van een echte band met eenvoudige middelen nagebootst. Moeders wasbord of een paar lepels dienden als slagwerk, de ‘kazoo’ verving het koper, de bas was een kist met een stuk waslijn, of een aangeblazen lege kruik, de jug, ‘the poor man’s tuba’. Jugbands waren voor 1930 erg populair op het platteland in het zuiden van de Verenigde Staten (Clifford Hayes, Earl McDonald's Original Louisville Jug Band), maar al in 1915 traden jugbands uit Louisville op in clubs in New York en Chicago. In de jaren twintig en dertig bereikte de jugmuziek zijn grootste populariteit, met mensen als Will Shade (alias Son Brimmer) en zijn Memphis Jugband, Gus Cannon's Jug Stompers, en de Dixieland Jug Blowers.